• HOME
  • BEDRIJFSTRAININGEN
  • KRIJGSKUNSTEN
  • ZA-ZEN RETREATS
  • NIEUWS
  • OVER ONS
  • CONTACT
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst

ZA-ZEN

Bedrijfstrainingen, krijgskunst en coaching

  • HOME
  • BEDRIJFSTRAININGEN
  • KRIJGSKUNSTEN
  • ZA-ZEN RETREATS
  • NIEUWS
  • OVER ONS
  • CONTACT

Krijgskunst

Het belang van zelfcompassie

Hieronder vind je mijn verhaal dat, voor jou als mens, mogelijk de start van een positieve draai aan je leven kan zijn. Of het voorkomen van enorme kostenposten, voor jou als werkgever.

Hoe was ik vroeger? Als ik een fout maakte, was ik boos op mezelf. Ik kon op mezelf schelden. “Sukkel! Kun je dit nou niet gewoon zonder fouten doen?” Ik strafte mezelf soms na het maken van fouten. Soms bewust, soms onbewust. Ik gunde mijzelf alleen plezier of rust als ik succes had geboekt. Over (emotionele) pijn bij tegenslagen stapte ik heen. Altijd gefocust op het resultaat. Complimenten wuifde ik ook weg. Het resultaat was het enig wat gold. Mijn eigenwaarde hing af van mijn successen. Achterliggend was niet een cognitief idee, maar een diepe, onbewuste, emotionele overtuiging dat ik niet een goed mens was, tenzij ik goede prestaties leverde. Een overtuiging dat geluk mij niet toekwam, tenzij ik er hard voor had gewerkt. Rusten mocht alleen na het behalen van succes. Niet omdat ik moe was. Maar omdat rust verdiend moest worden. Ik haalde successen. Ik was verslaafd aan succes. Het koste me ook veel energie. En het koste me veel geluk. Op mijn zevenentwintigste had ik mijn burn-out. Waarom? Ik was opgevoed zonder zelfcompassie. In een emotioneel gehandicapte Noord Europese cultuur.

Wat is zelfcompassie?

1- Ben je wel eens boos op jezelf als je een fout maakt? Scheld je wel eens op jezelf als er iets mis gaat? Straf je jezelf wel eens na het maken van een fout? Doe je jezelf misschien zelfs pijn? Wuif je (emotionele) pijn bij tegenslagen weg? Wuif je complimenten weg? Mag je van jezelf alleen genieten of rusten als je succes hebt behaald? Denk je dat, hard zijn voor jezelf, een goede eigenschap is? Denk je dat, je geen goed mens bent als je niet presteert?) Dát is het tegenovergestelde van zelfcompassie!

2-Ben je aardig voor jezelf als je een fout maakt? Troost je jezelf als je het moeilijk hebt? Geef je jezelf ruimte om stil te staan bij de (emotionele) pijn die je ervaart bij tegenslagen? Accepteer je makkelijk complimenten? Gun je jezelf om te rusten en genieten van het leven, ongeacht je prestatie? Denk je dat, zacht zijn voor jezelf, een goede eigenschap is? Denk je dat, je een goed mens bent, ongeacht je prestatie? Dát is zelfcompassie!

We hebben allemaal een interne emotionele dialoog. Bewust en onbewust. En die interne emotionele dialoog is van enorm belang voor jouw mentale functioneren. Zelfcompassie is het vermogen tot het hebben van een positieve emotionele interne dialoog, ongeacht je prestatie. Kortom: echt aardig voor jezelf zijn.

Als je me vijftien jaar geleden had gezegd dat ik ooit cursussen in zelfcompassie zou geven, dan had ik je voor gek verklaard. Maar ik geef ze alweer een jaar o

f acht. Waarom? Omdat het eerst mijn leerweg was. En nog steeds is. En omdat ik zag dat het nodig was! Ik gaf al jarenlang cursussen in het herstellen van burn-out. Al mijn cursisten vertelden globaal hetzelfde verhaal als mijn verhaal hierboven. En ik zag: ze hadden veel compassie voor elkaar, maar ze misten allemaal zelfcompassie. En ik zag dat de Nederlandse cultuur er notoir slecht in is.

Het niet ontwikkelen van zelfcompassie kan je als mens veel kosten. Het constante bewuste en onbewuste gevecht met jezelf kost energie bij alles wat je doet. Wanneer succes geen gevolg, maar een eis is, bij alles wat je doet,  wordt het leven onnodig zwaar. Je talenten worden niet goed ontwikkeld en je presteert minder. Emotionele relaties zijn minder leuk. Het hele leven wordt minder leuk en je kunt er ziek van worden. Een burn-out kan jaren duren om ervan te herstellen.

Werkgevers

Ook voor werkgevers is het belangrijk dat hun werknemers niet langdurig ziek worden. Juist de werknemer die hart voor de zaak heeft en door buffelt, loopt op de lange termijn gevaar op een burn-out. Dat kan heel veel geld kosten. Je wilt sustainable ondernemen. Daarom is het in jouw dat jouw mensen zelfcompassie ontwikkelen!

Hoe ontwikkel je zelfcompassie?

Doe een cursus bij mij. Of vraag me op jouw bedrijf een cursus te komen geven. In twee dagdelen, kun je met inzichtelijke, confronterende, maar ook leuke oefeningen en rollenspelen een positieve draai aan je leven of je bedrijf geven!

Mijn leven is een stuk leuker geworden sinds ik zelfcompassie aan het ontwikkelen ben! Mijn energie gaat nu naar positieve dingen!

Max Sluiman

06-33903888

info@za-zen.nl

Cursus Leiderschap: Tip van Max

Masterclass: De Essentie van Leiderschap

Deel 1: Charisma.

Charisma zorgt ervoor dat jij er staat en dat anderen jou als leider zien. Charisma komt van binnenuit en is het gevolg van jouw mentale, emotionele en energetische functioneren. En dat kun je beïnvloeden met specifieke oefeningen.

Deel 2: Emotioneel Contact

Leiderschap is in feite een vorm van emotionele communicatie. Des te beter je diep emotioneel contact kunt maken met mensen, een des te sterkere leider ben je. Ontwikkel je natuurlijke vermogen om emotioneel contact te maken met mensen!

Deel 3: Operationele Organisatie

De effectiviteit van een goede leider staat of valt met zijn vermogen een operationeel plan te schrijven en leiding te geven aan de uitvoering daarvan. Door dit speciaal ontworpen systeem en deze speciale didactiek, ben je je straks altijd bewust van wat jouw opdrachten betekenen voor de ontvangers en kun je individuele mensen als een goed  team samen laten werken!

 

Ik vind leiderschap een geweldig thema, omdat goed leiderschap eigenlijk een graadmeter van  gezonde emotionele en mentale ontwikkeling is. En je krijgt gelijk feedback van mensen. Dit thema vind ik een mooie kapstok jezelf een effectiever mens te maken. Het is altijd weer schitterend om mensen te zien groeien!

Tip:

Vóórdat je een lange autorit gaat maken, controleer je de auto. Bandenspanding, olie, brandstof etc. Eventuele mankementen verhelp je. Wat doe je met jezelf vóórdat je iets moet doen waarbij jouwe mentale staat van grote invloed is op de mensen met wie je werkt? Neem, vóórdat je mensen gaat aanspreken, even een moment voor jezelf. Doe je ogen dicht en vraag je af hoe je die dag in je energie zit. Wees eerlijk. Doe een ohm meditatie, zodat je stem lekker laag en ontspannen is en je geest leeg, zodat je geen ongewilde communicatie, zoals stress, meebrengt. Ga niet direct vanachter je computer of telefoon leiding staan geven. Kom eerst terug, uit de virtuele wereld naar hier en nu. Het verschil is enorm merkbaar voor de ontvangers van je leiding! Want een leider is hier en niet ergens anders.

A Zen notion on warfare and happiness

If one can give up the illusion of control;
One might gain the prospect of influence.

If you give up on being someone else;
You will gain the best version of you.

The best version of you deals better with the worst plan,
Than your worst version with the best plan.

Motivation always beats discipline in the end;
Beware of your motivation.

Intuition beats cognition in warfare and happiness;
Develop your intuition.

Don’t plan;
Be the plan.

The first casualty in war is always the combatplan;
Be more than a just a combat plan.

If you take your time;
Time will slow down.

If you don’t have time to daily meditate;
You should meditate more.

Embrace what you detest;
It will disapear.

Let go of what you want;
It will come to you.

Embrace what you fear;
It will become void.

Let go of what you cherish;
It will lose it’s power over you.

Don’t look at the enemy;
Look at Fuji Yama;

Embrace the void;
Become the void.

Don’t try to stop the enemy;
Let the enemy be sucked into your void.

If he pushes;
You pull.

If he pulls;
You push.

Give your mind and soul to the god of war;
The god of war will guide your hand.

Embrace a death;
Gain a real life.

Give up control and gain everything;
Let go…Let go…Let go…

De 5 Belangrijkste Aspecten van de Krijger

Van een zeer gewaardeerde ken-jutsu leerling leende ik kortgeleden een boek, getiteld: “The spirit of the sword”, (ISBN 978-1-58394-542-1) van Nakamura Taisaburo (1912-2003). Het is een interessant boek over/van een high ranking kendo, iaido en tameshigiri leraar. De man had nog les gegeven aan het Japanse imperiale leger. Het bijzondere is dat de man open en eerlijk over zijn leerproces vertelt en de blunders die hij maakte. En de interessante anekdotes uit de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw. Hij kijkt als militair erg eerlijk en hard aan tegen het niveau van zwaardmanschap van de officieren van die tijd aan. Maar om dit boek juist te kunnen waarderen is de historische context onmisbaar.

Hoewel in die tijd nog veel Japanners een (over)grootvader als samoerai hadden gehad was het leven van de gemiddelde Japanner in de jaren ’30 van de vorige eeuw al compleet anders. Japanners hadden na de verstikkende Tokugawa-tijd, zich met de Meji-restauratie met volle vaart in de moderniteit geworpen.

Japanners in Franse stijl uniform, zie de sabels in Europese stijl!

Met buitengewone flexibiliteit hadden de Japanners de moderniteit niet alleen omarmd, maar waren er zelfs goed in geworden! Hun marine bouwden ze naar Engels model en hun leger naar Frans model. Tegelijkertijd wilden ze de geest van de samoerai behouden.

Japanse soldaten tijdens de Russisch-Japanse oorlog. Zie de koppies!

De buitengewone effectiviteit van deze handelswijze is te zien aan de Russisch-Japanse oorlog, 1904-1905. Iedereen had verwacht dat dat de Russen zouden winnen, maar het waren de Japanners die, met een combinatie van oude spirit en nieuwe technologie de Russen weg vaagden. Maar ook de twee Chinees-Japanse oorlogen, 1894-1895 en 1937-1945 maakten duidelijk dat er met het Japanse leger niet te spotten viel!

Toch is er een ontwikkeling te zien in de periode 1894-1945. In 1894 maakte Japan gebruik van de, voor die tijd, modernste technologie. Maar tegelijkertijd konden de Japanners gebruik maken van de mentale staat van de mensen van voor de Meji-restauratie. De rust en de mentale ontwikkeling. De geest van de samoerai. Er zijn zelfs aanwijzingen dat men gebruik maakte van ninja, al of niet met moderne pistolen. Maar wij kunnen ons tegenwoordig goed voorstellen hoe moeilijk het is om in een moderne maatschappij de gezondheid van geest en lichaam te waarborgen. Ik verdien zelfs mijn brood met het oplossen van dit probleem! Zie: Bedrijfstrainingen. De moderne maatschappij vraagt namelijk dat slimme mensen acht uur per dag (Japanners minstens elf!) in slechte houding stil zitten en op een ongezonde manier met hun hoofd werken. Zoals een hoogleraar het eens mooi verwoordde: “Het lichaam is een transportmiddel om om het hoofd van het ene bureau naar het andere te brengen”. Minder slimme mensen moeten hun gevoel uit schakelen en onderdeel zijn van machines, terwijl ze leven op slachtafval en surrogaatvoedsel. Dat met deze manier van doen een sterke economie kan kweken, maar geen gezonde bevolking, laat staan krijgers, hoeft geen verder betoog.

Japanse zijdefabriek voor de oorlog

Dus je kunt je voorstellen dat de Japanners in de eerste Chinees-Japanse oorlog (1894) konden beschikken over veel gezonde mensen, waarvan relatief veel met een samoerai achtergrond en opleiding. In 1937 is er een andere situatie. De moderne maatschappij bestaat dan al een tijdje in Japan. Veel officieren van het Japanse leger waren hoger opgeleid en dus mentaal en fysiek bureauzitters geworden. Ze waren misschien niet zo erg vadsig als de gemiddelde West Europeaan van nu, maar zeker minder gezond dan in 1894. Maar toen nog steeds gevreesd in man tegen man gevecht door de Europeanen. Het interessante is dat je die verschillen terug kunt zien op de foto’s van die tijden, als je kijkt naar het postuur, de houding en uitstraling van de mensen.

Japanse soldaten in ww2, andere uitstraling, maar nog steeds de meerdere van de meeste Europese soldaten.
Ueshiba Morihei in 1942.

De beoefening van krijgskunsten was rond 1937 een hobby voor mensen die zich dat konden veroorloven. En vaak sport. Bovendien beoefende men vaak alleen nog delen van de krijgskunst. En slechts één of twee maal per week. Daar door werden vakken als het Kano-ju-jutsu (een uitgeklede, gespecialiseerde vorm van ju-jutsu), kendo (een sportvorm die met ken-jutsu weinig meer te maken heeft), iaido (zwaard trekken, zonder echt op het gevecht voor te bereiden), tameshi-giri (matten snijden met een zwaard dat niet geschikt is voor het echte gevecht, maar dat er cool uit ziet). Het is ook uit deze tijd dat Ueshiba Morihei (1883-1969), het omvangrijke oeuvre, van de aan hem geleerde krijgskunst, terug brengt naar iets dat twee maal per week door bureaucraten kan worden beoefend: aikido. Allemaal uitgeklede versies voor moderne mensen.

Ueshiba en Moichizuki in 1951

Maar het is ook uit die tijd, dat veel Japanners de zwakte er van zien en een tegenbeweging op gang proberen te brengen. Een bekende is natuurlijk Moichizuki Minoru (1907-2003), de leraar van mijn leraar, die met recht een mixed martial artist genoemd mocht worden. Hij deed echt alles en poogde alles ook samen te brengen. Het geheel is in krijgskunst veel meer dan de som der delen. Moichizuki had als kind les van Kano, daarna van Funakoshi Gichin (karate) en van Ueshiba, toen deze nog les gaf in Daito Ryu Aiki Jutsu.

Gunto

Verschillende vormen van gunto

In de jaren’30 van de vorige eeuw had Japan regeringen die we met goede reden fascistisch kunnen noemen. En als ‘goede’ fascisten zetten deze regeringen zich net als de Duitsers van die tijd in voor een sterke bevolking, die sterke krijgers voort brengt. Daarom moesten de samoerai waarden worden versterkt. Als onderdeel van van de: “Jullie zijn allemaal samoerai van het beste volk ter wereld” -beleid droegen de officieren een katana. Interessant is dat op foto’s van voor 1920 Japanse officieren een Europees model sabel kregen. In de jaren ’30 werden er door het leger op grote schaal militaire katana (gunto) geproduceerd. Nu moest iemand ook even die officieren instructie geven in krijgskunsten, waaronder ken-jutsu. Helaas waren er weinig ken-jutsu leraren overgebleven in een maatschappij waarin het stampen van kennis meer geld oplevert dan algemene menselijk ontwikkeling. Dus was men aangewezen leraren van deelvakken van de krijgskunst. Sommige weigerden hun krijgskunst en dojo voor de fascisten in te zetten. Kano Jigoro (1860-1938) was zo iemand. Hij weigerde zijn kodokan om te zetten in een militaire academie en werd dan ook plotseling ‘ziek’ en overleed. Maar net als Europeanen hadden de meeste Japanners er geen moeite mee om voor fascisten te werken, zolang men de oorlogen won.

Kano Jigoro

Nakamura Taisaburo was een van de serieuzere van de leraren die de Japanse officieren ken-jutsu moest bij brengen, hoewel dat eigenlijk niet zijn vak was. Zijn vakken waren ken-do, tameshi-giri en iaido. Hij is in zijn bovengenoemde boek heel eerlijk over het algemene gebrek aan niveau bij de officieren en zijn eigen gefragmenteerde kennis en vaardigheid. Dat vind ik bijzonder en erg krijger-achtig. Interessant en bewonderenswaardig zijn dan ook zijn pogingen om zich te verbeteren. Maar nog interessanter zijn zijn verhalen over officieren met een hoge kendo rang, die het bijna niet voor elkaar krijgen om met een zwaard een ongewapende man te doden zonder zichzelf ernstig te verwonden. En dat was in 1940! Ik vraag me af wat hij van de gemiddelde Nederlander van nu zou hebben gevonden…

Peter van Haperen

Voor ons geldt de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw als gouden tijd, voor wat betreft krijgskunst uit Japan. Verschillende Japanners hebben me ook laten weten dat hun grootvader en vader keihard trainden en dat in hun eigen generatie de klad er in kwam. Ik heb de enorme mazzel gehad dat mijn leraar, Peter van Haperen, Japan heeft bezocht in de goede tijd en daar Japanners zocht, (waaronder Moichizuki) die krijgskunst nog op de oude manier beoefenden. Mijn leraar, op zijn beurt, deed ook alles waarvan hij dacht dat hij er beter van ging vechten. Judo, Kyokushinkai Karate, Aikido (Mochizuki stijl), Ju-Jutsu en Muay Tai. En met elk wapen wilde hij kunnen vechten. En als militair natuurlijk ook met vuurwapens. Hij heeft meerdere malen met zijn krijgskunst, zich in het gevecht in leven moeten houden. Dus met zo’n lijn ligt de lat voor me hoog en ik doe dan ook mijn best geen onderbreking in de traditie te zijn.

Mijn bovengenoemde leerling genoot erg van het boek van Nakamura en hoopte (terecht) dat ik dat ook zou doen. Nakamura noemt in zijn boek wel de ‘spirit’ van het zwaard, maar het gaat vooral over de mentale staat van de krijger en de techniek van het zwaard. Hij behandelt ook uitvoerig de constructie, kwaliteit en andere details van zwaarden. Mijn gewaardeerde leerling is, als ken-jutsuka, natuurlijk dol op zwaarden. Ik wilde hem dan ook graag de context van dit boek laten zien, omdat ik vreesde dat anders de clou verloren gaat. En vijf aspecten die volgens mij in acht genomen dienen te worden bij de bestudering van krijgskunst. Merk op dat, hoewel ik ook zeer geïnteresseerd ben in wapens en al met zwaarden vecht sinds mijn 4e, het wapen als laatste komt.

De 5 Belangrijkste Aspecten van de Krijger
Volgorde van belangrijkheid.

1-Het hart.
Een Maori-vriend en grote krijger zei eens tegen mij: “What does a warrior do when he is not at war? He is with his family!” De liefde voor het een maakt het mogelijk het andere te doden. Zonder liefde is zelfs de meest getrainde krijger een doelloos iets. Er is wel moord zonder liefde, maar geen krijgerschap.

2-Spirit.
Ken je dat gevoel dat je met sommige mensen het gevecht liever niet aan zou willen gaan als je in hun ogen kijkt? Mijn leraar staat bekend om zijn koude en toch felle blauwe oogjes. De complete zekerheid en uitstraling de tegenstander met huid en haar op te eten en daar mentaal toe in staat zijn, dat is spirit. Ik noem het de geest van Hachiman, de Japanse god van de oorlog. Het is ook weerbaarheid, die zorgt dat er vaak niet gevochten hoeft te worden. Zonder spirit is zelfs een technisch goede krijger een kind tegen een oude man met spirit. We noemen het ook wel ki.

3- Lichaam.
Zonder gezond lichaam wordt het moeilijk mentaal gezond te zijn. Het wordt ook moeilijk om fysiek een tegenstander of wapen te manipuleren. Het lichaam is het belangrijkste gereedschap van de krijger en dient goed te worden onderhouden. Een timmerman doet weinig met een kapotte hamer. Je hoeft niet sterk te zijn. Of net als anderen. Wel gezond.

4- Training.
Een ongetrainde geest en een ongetraind lijf zijn van weinig waarde voor een krijger. Een goed getrainde, ongewapende krijger kan het wapen afpakken van een slecht getrainde krijger en hem met zijn eigen wapen doden. Vooropgesteld dat die eerste een hart, een spirit, een gezond lichaam en training heeft. Training moet je steeds blijven doen. Of zoals Funakoshi Gichin (1868-1957) zei over karate:”Karate is net een pot met kokend water; je moet steeds hout op het vuur blijven gooien, anders wordt het koud”.

5- Het wapen.
Als allerlaatste is het wapen/zwaard van belang. Een goede krijger kan meer met een slecht zwaard (of zonder) dan een slechte krijger met een goed zwaard. Die laatste verwondt waarschijnlijk vooral zichzelf. Een verhaal dat dit mooi vertelt is het volgende: Een jonge samoerai wilde eens de beste zwaardvechter worden en hij had gehoord dat een tempel een zwaard bezat dat onoverwinnelijk maakte. Dus ging hij naar de tempel en vroeg de monnik het zwaard aan hem te verkopen. De monnik antwoordde dat dat niet ging en dat het zwaard gratis werd gegeven aan de krijger die het waard was. Natuurlijk wilde de ambitieuze samoerai alles doen om het zwaard waard te zijn en hij vroeg naar de voorwaarden. De monnik vertelde dat de samoerai dagelijks een serie mentale en praktische oefeningen moest doen voor een periode van tien jaar en dan kon terugkomen voor het zwaard. Na tien jaar ontmoette de monnik de samoerai en vroeg hem of hij de oefeningen nog had gedaan. “Ja”, was het antwoord. De monnik, die aan de uitstraling van de samoerai kon zien dat het waar was, bood hem het zwaard aan. De samoerai antwoordde: “Dankjewel, maar ik heb het niet meer nodig.”

Japan is niet meer wat het is geweest

Japan is niet meer wat het is geweest. Duh! Dooddoener! Welk land is wel wat het is geweest en bovendien; wanneer? En waarom is dat belangrijk?

Nou, Japan is het grote voorbeeld, van hoe krijgskunst goed beoefent kan worden.

Maar…je zegt net…

 

Op het antwoord “Japan” moet de vraag niet geografisch zijn, maar historisch! Alles wordt bepaald door ma-ai, plek in tijd en ruimte!

Mijn leraar haalde veel van zijn krijgskunst uit Japan. We praten dan volgens mij over de ’70 ‘ er jaren van de vorige eeuw. Een aanzienlijk deel van de Japanners beoefenden toen nog krijgskunsten. Ze hadden leraren die zelf nog voor de oorlog les hadden gehad en in een andere wereld leefden. Die wereld bestaat niet meer.

Toch zien veel budoka in het westen Japan en haar huidige cultuur als het Mekka van de budo. Ze sluiten zich aan bij een officiële stijl en halen officiële diploma’s. En de Japanners zelf, zijn ook gek op hun eigen cultuur en doen er alles aan om het imago in stand te houden. Maar hoe graag sommige Japanners ook het tegendeel beweren, het zijn mensen, net als wij. Met een bijzondere en rijke cultuur. Hun genen maken hen niet tot betere budoka. Zij begrijpen hun over-over-over-over-over gootvaders net zo min als wij Michiel de Ruyter begrijpen. En net als wij gaan ze er prat op dat wel te doen.

Ik had eens een fanatieke leerling die voor een half jaar stage naar Japan moest. Hij was bij mijn school omdat hij die ouderwetse, strenge militaire manier wel bij hem vond passen. Toen hij terug kwam, vroeg ik hem vanzelfsprekend of hij aldaar ook budo had beoefent. En natuurlijk zei hij: “ja!”. Maar hij was teleurgesteld. De leerlingen hadden er wat door elkaar op de mat gelegen en elke discipline was zoek. Ik vroeg natuurlijk:”Maar heb je de leraar dan niet gevraagd waarom dat zo ging en dat je in Nederland de “Japanse”manier gewend was. Weer antwoordde de leerling: “Ja!”. Het antwoord van de Japanse leraar was geweest, dat hij die oude Japanse manier wel wilde, maar dat er dan geen leerlingen meer kwamen. Japanse jongeren moeten al zo veel op een gedisciplineerde wijze doen… Het deed me denken aan Turken die in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw naar Nederland kwamen. Ze proberen hun cultuur te conserveren en zijn daardoor vaak ouderwetser dan de Turken die nu in Turkije wonen.

Dus je kunt je makkelijk vergissen in een cultuur.

Maar deze Japanners konden er wel om lachen. En snappen mijn punt. En laten we eerlijk zijn, dat is mij ook wel eens overkomen.

Het volgende is mij nog nooit overkomen. Gelukkig! We zien Japanners van enige leeftijd op een officiële happening tameshi giri beoefenen. Dat is snel zwaard trekken en matten snijden. Niet makkelijk! Met publiek! Echte Japanners, met echte hakama aan. En echte mon (clantekens) op hun kimono. Het is interessant om te weten dat Japanners, nog meer dan Nederlanders, erg hechten aan de juiste diploma’s van een officiële stijl. Welke stijl hier wordt getoond weet ik niet. Het zijn dus niet zo maar een stel dikke Amerikaanse hicks met een cold steel ‘katana’ in de backyard. Dit is het echte werk.

De hakkende man maakt, om zijn slagkracht te vergroten, een zwiepbeweging met zijn pols. leuk voor tameshi giri, maar als de weerstand minder is dan verwacht, kan het zwaard uit de hand schieten. In dit geval zo het publiek in! Gelukkig met de rug van de kling tegen een persoon. In het originele filmpje, dat ik niet meer kan vinden, vertelt de leraar achteraf, voor de camera dat het ook wel erg moeilijk is. Ik was in zijn plaats van schaamte onder het podium gekropen. Ik heb dat Europeanen wel eens beter zien doen. Maar ook veel slechter! Dus Japanner zijn is geen voorwaarde en geen garantie om een goed budoka te zijn. Net zo als niet alle Nederlanders goede schaatsers of scheepsbouwers zijn.

Maar om een goed budoka te zijn, moet je wel de Japanse cultuur begrijpen. De taal en de concepten. Anders zul je de budo concepten nooit snappen. Welke Japanse cultuur? Die uit de tijd dat mensen nog werden afgerekend op hun vechtkunst en nog niet 11 uur per dag stil moesten zitten op een kantoor. Het spreekt natuurlijk voor zich dat een Japanner het in dat snappen makkelijker in heeft dan een ander. Maar nog steeds vereist krijgskunst: Moed, doorzettingsvermogen en tijd.

In welke tijd werden de Japanners afgerekend op hun vechtkunst? In de tijd dat ze veel oorlogje speelden. Net als de oude Grieken, kenden de Japanners een tijd van onderlinge strijd en competitie die het niveau van hun vechtkunst deed stijgen. In Japan is dit de tijd van de Oorlogvoerende Staten, 戦国時代 Sengoku jidai. 1467 – 1603. Net als in de Europese Middeleeuwen waren er feodale heren die landje pik deden. En zoveel landjes als er waren, zoveel manieren waren er om dingen te doen. Er waren zelfs Boeddhistisch/communistische communes!

In dát Japan was er geen ruimte voor behoudendheid of zelfs voor bushido. Je had gelijk als je overleefde. De overlevers bepaalden de code. Er werden door daimyo (feodale opperheren) net zoveel oneerbare achterbakse streken uitgehaald als hier in Europa. En de status van het beroemde Japanse zwaard was niet meer bijzonder dan het nut er van op het slagveld. Naast een veelheid van andere wapens. Waarvan de Yari (piek) wel het meest werd gebruikt. In tegenstelling tot in het latere Japan was er sociale mobiliteit. Merites waren nodig om te overleven. De bekendste boer die niet alleen daimyo, maar zelfs de belangrijkste daimyo werd was Toyotomi Hideyoshi 豊臣 秀吉 1536 – 1598). Ook van het neerkijken op vuurwapens was in deze tijd nog geen sprake. In het jaar 1600, toen Nederlanders de slag bij Nieuwpoort wonnen met de modernste vuurwapen tactieken, vochten Japanners de slag bij Sekigahara. Ook met de modernste vuurwapen tactieken.

Toyotomi Hideyoshi

Daimyo Tokugawa Ieyasu 徳川 家康 1543 –1616 won in 1600 de slag bij Sekigahara en werd daar mee de shugun (opperheer) en feitelijk alleenheerser van Japan. Hij maakte een einde aan de Sengoku Jidai. Om dat voor elkaar te krijgen voerde hij strenge regels in. Afgelopen met dat onderlinge oorlogje spelen. Dat was vanaf nu alleen nog voorbehouden aan samoerai, in opdracht van hun heerser, Tokugawa Ieyasu. En er was maar één manier van doen: zijn manier.

Tokugawa Iesysu

Om hem bij te staan voerde hij een hulpmiddel in, dat al eerder door een Chinese keizer was ingezet, voor hetzelfde doel. Hoe krijg je alle neuzen netjes dezelfde kant op? Confucianisme! Een praktische filosofie die dictatuur ondersteunt. Kort gezegd komt het er op neer dat: je moet doen wat de baas zegt; je mond houden; tradities moet eren; je moet doen wat de baas zegt; dat doen wat altijd werd gedaan; je mond houden en doen wat de baas zegt. En vooral geen dingen willen veranderen of opschudding en/of onrust veroorzaken. En natuurlijk doen wat de baas zegt. Een mooi gezegde, die dit ondersteunt is: “De spijker die uit het hout steekt, zal worden teruggeslagen“. Dit regime van de Tokugawa familie (Tokugawa bakufu, 徳川幕府) duurde tot 1868.

Zoals elke militair kan vertellen; ten tijde van vrede heerst er een andere cultuur. Een cultuur waarin de regels belangrijker zijn dan het resultaat. In Japan is uit deze periode ook de vast vormgegeven Bushido (武士道). Bushido betekent de weg van de krijger (bushi). De bushido omhelst een set regels waaraan samoerai moeten voldoen. Centraal staan natuurlijk trouw aan hun heer en de onverzelfsprekendheid om voor eigen belang te werken. Uit deze tijd is ook het geschrift “Hagakure“. Vol met dood en opoffering van de samoerai voor hun heer. Voor 1600 bepaalde elke samoerai zelf met wat voor zwaard hij vocht. Of een ander wapen. Onder het Tokugawa bakufu moesten alle zwaarden de zelfde lengte hebben. De meeste boken/bokuto die je tegenwoordig koopt, hebben die lengte nog steeds: 102 cm! Overigens was het nu alleen aan samoerai toegestaan twee zwaarden te dragen. Een heel ander beeld dan, de door een heer bewapende, boeren (ashigaru, 足軽), die ruimschoots aanwezig waren bij Sekigahara! Overigens werd nu het gebruik van vuurwapens als oneervol beschouwd. En soms verboden. Het is uit deze tijd dat het Japanse zwaard veranderde van één van de werktuigen voor krijgers (samoerai én andere krijgers), tot hét mythische object voor samoerai.

Ashigaru van voor 1600

Voor de gehele maatschappij werd vastgelegd wat van de verschillende klassen hun status en doel voor de maatschappij was. Interessant is dat boeren niet onder aan de ladder stonden. Handelaren wel, zij voegden volgens de gangbare ideeën niets toe aan de maatschappij. En betaalden dus ook geen belasting!

Japanese class system

Ook waren er nu teveel samoerai. Bij gebrek aan oorlog waren er minder nodig. En de samoerai die nog nodig waren, werden voor ingezet bij het besturen. Dus: bureauwerk! Dus de waarde van een samoerai hing nu niet af van zijn vechtkunst, maar van zijn vermogen tot lezen en schrijven, tellen en zijn mond houden. Men droeg nog zwaarden, maar alleen als statussymbool. Hier op waren natuurlijk wel uitzonderingen. Een mooie en illustratieve Japanse film over het leven van samoerai aan het einde van de Tokugawa bakufu is “Twilight Samurai”, van Yoji Yamada. Het gaat hier over een arme samoerai, maar één die nog wel wat met het zwaard kan! Hier een mooi stukje actie!

Je kunt je voorstellen dat in een maatschappij, waarin het volgen van een set regels belangrijker wordt gevonden dan het resultaat, er geen drive tot vernieuwing is en er eerder sprake van achteruitgang is. Zeker op het gebied van krijgskunst. Maar ook op het gebied van bestuur. Armoede en hongersnood was heel gewoon. Maar de dood door oorlogsgeweld natuurlijk minder. Het is ook uit deze tijd dat de meeste koryū (古流, oude stijl) krijgskunst scholen zijn ontstaan. Vóór Sekigahara beoefenden krijgers meerdere krijgskunsten en kreeg men les in de clan waar men voor vocht. Na Sekigahara konden samoerai op eigen initiatief en kosten les nemen in één van de takken van krijgskunst bij één van de vele scholen. De enige gelegenheid om de betrokken kunst te testen was het duel. En duelleren was verboden! Hoewel de koryū krijgskunsten dus als oude stijlen gelden, zijn ze dus vaak van ná het hoogtepunt van de Japanse krijgskunst!

Mushashi

Zeer interessant is het boek “Musashi”van Yoshikawa. Het gaat over het leven van Myamoto Musashi, een van de beroemdste Japanse zwaardvechters ooit. Hij leidde een zeer interessant en compromisloos leven. In deze context is het interessant dat hij als samoerai bij Sekigahara aan de verliezende kant vocht en overleefde. Het zelfmoord plegen na verlies was dus nog niet de gewoonte! Maar ook Musahsi zijn mentale houding spreekt boekdelen. Hij is een echte krijger en doet steeds dat wat nodig is om te overleven. Hij leefde op de grens van twee tijdvakken en vocht vele duels met echte zwaardkunstenaars. Deze laatsten waren vaak jonger en hadden zelf de tijd van de oorlogvoerende staten niet meegemaakt. Ook zijn ontmoeting met Gonnosuke, de uitvinder van de jo(korte staf), is zeer tekenend. Gonnosuke beoefende een bo(lange staf)-stijl en volgde netjes de regels en trainde fanatiek. Hij was erg teleurgesteld, dat hij ondanks zijn fanatieke trainen Musashi niet kon verslaan. Pas na het loslaten van de regels wist hij dat wel te doen.

Japan werd dus geïsoleerd en er mochten geen buitenlanders meer komen. Nederlanders mochten via het eilandje Deshima handel drijven met de Japanners. Zo werd dus ook voorkomen dat Japanners in contact kwamen met andere ideeën.

Het effect van deze 265 jaar isolatie en stagnatie in cultuur en denken kan moeilijk worden overschat. De behoudzucht aan de ene kant, heeft er voor gezorgd dat er nog zoveel over is van de oude Japanse cultuur. Maar aan de andere kant, heeft het er voor gezorgd dat een van de sterkste kanten van de Japanse krijgskunsten, de flexibiliteit (ju, 柔) en doelgerichtheid in denken sterk verminderde. Belangrijk is, dat het Japanse denken van de laatste paar honderd jaar radicaal anders is dan dat van voor 1600. Het is dus de cultuur die een krijgskunst maakt.

Toch waren de Japanners in staat om het roer weer enigszins om te gooien. Mentaal, filosofisch en praktisch. Maar daarvoor werden ze wel door buitenlanders geholpen. Hoe dat ging, vertel ik een volgende keer.

  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Pagina 3
  • Pagina 4
  • Ga naar Volgende pagina »

Primaire Sidebar

Footer

NAVIGATIE

  • HOME
  • BEDRIJFSTRAININGEN
  • KRIJGSKUNSTEN
  • ZA-ZEN RETREATS
  • NIEUWS
  • OVER ONS
  • CONTACT

CONTACT

Voor informatie over lessen van ZA-ZEN en bedrijfstrainingen kunt u contact opnemen met:

Max Sluiman
06-33903888
info@za-zen.nl

Postadres:
Hortensialaan 42 A
9713 KP Groningen

INFORMATIE

KVK nummer: 01138009
BTW-ID: NL001423251B52

Betalingen tav. M. A. Sluiman
NL15 INGB 0007 0062 54
BIC: INGBNL2A

Instagram:
ZA-ZEN Mental Development
ZA-ZEN Martial Arts

© 2026 · ZA-ZEN · Realisatie Pentade